zondag 16 juni 2019

Vaderdag

Op Vaderdag hoefde ik niet met een ontbijtje of een cadeau bij mijn vader aan te kloppen. Vaderdag was volgens hem een verzinsel van Hitler. Daarom wilde hij er niets van weten. ‘Als je toch een cadeautje meeneemt, gooi ik hem uit het raam’, zei hij eens. Nou, dan laat je het wel. Vandaag is het de eerste Vaderdag zonder mijn vader. En hoewel we 'er niet aan deden', denk ik toch veel aan hem.

Sinds vorig jaar schrijf ik elke dag beknopt op wat ik deed. Geregeld vraag ik Steven: ‘Wat heb ik ook alweer gedaan vandaag?’ Het is ongelofelijk hoe snel je dingen vergeet. Maar er komt altijd een verslagje. Het teruglezen is het leukst. ‘Hé, vandaag een jaar geleden waren we bij Villa Annie, weet jij dat nog? Ik heb daar helemaal geen herinneringen aan!’ riep ik gister verwonderd uit. Maar wat ik Steven het meest vertel, zijn de dingen die ik opschreef over mijn vader. 

In mei 2018, vier maanden na de constatering van een hersentumor, werd mijn vader opgenomen in verpleeghuis Myosotis. De vier maanden daarna waren we er kind aan huis. Ik was altijd blij als ik naar mijn vader toe kon. Het was fijn om de deur van zijn kamer open te doen en zijn gezicht te zien. Hij was geduldiger en zachtaardiger dan ooit. Maakte gekke grapjes. Ik gaf hem klapzoenen. Het was geleende tijd, elke dag was een cadeau. 

Mijn zus met mijn vader (in rolstoel) in het park.
‘Pa had een heftig insult vandaag’, schreef ik vorig jaar op deze dag in mijn boekje. Op een andere dag schreef ik dat ik met pa in de rolstoel – op zijn verzoek (“Laat maar los!”) – van een heuvel in het park was gerend, waarbij pa hoge kreten slaakte. Hij bleef altijd in voor een verzetje. Ik zie hem nog zo zitten met zijn pet achterstevoren. 

Sinds mijn vaders overlijden zijn er alweer bijna negen maanden omgevlogen. Soms, als ik in de tuin bezig ben of zijn foto afstof, praat ik tegen hem. Het idee dat hij weg is, blijf ik gek vinden want voor mijn gevoel is mijn vader nog ergens (dichtbij). Dat de wereld gewoon doordraait en we de draad weer hebben opgepakt, vind ik bijna lullig voor hem, terwijl er natuurlijk gewoon geen betere alternatieven zijn. Zo is het leven. 

Als mijn vader inderdaad nog ergens is en (al dan niet vanaf een wolkje) met ons meekijkt, zal hij wel weten dat we hem missen en heel veel van hem houden. Ik kijk uit naar de dag dat we elkaar weer zullen zien.

dinsdag 7 mei 2019

Terug naar binnen

De laatste tijd gebeuren er dingen in mijn leven die zoveel verschillende emoties losmaken dat ik geregeld heel eventjes in janken uitbarst. Maar één minuutje meestal. Daarna veeg ik mijn tranen van mijn gezicht en ga ik verder. Dat mijn lichaam mij toch een halt toeroept, merk ik doordat er een paar dagen geleden een vorm van hyperventilatie de kop opstak die niet verdwijnt. Als ik na het opstaan de trap af loop, ben ik al buiten adem en maakt mijn hart rare sprongen. 's Avonds ben ik al vroeg doodop.

Vanmorgen, vlak voordat ik wakker werd, droomde ik over mijn vader. Ik woonde in een soortgelijk huis waar ik als tiener woonde. Ik liep even naar buiten, maar door de wind sloeg de voordeur dicht en kon ik er niet meer in. Gelukkig zag ik in de verte mijn vader lopen; een stuk jonger trouwens (een jaar of 40). Hij was kranten aan het bezorgen. Ik rende naar hem toe. Wat was het fijn om hem te zien en te kunnen aanraken. Hij was ook blij om mij te zien. Ik vroeg of hij mijn huissleutel toevallig bij zich had. Dat had hij. Ik haalde de sleutel van zijn sleutelbos, bedankte hem en ging naar huis. Als hij straks bij mijn huis was, zou ik hem de sleutel teruggeven.

Het volgende moment hoorde ik Steven luidruchtig wakker worden. Hij rekte zich uit, compleet met (g)aapgeluiden. Ik keek op de klok: shit, 7 over 7. De kinderen moesten wakker gemaakt worden. En terwijl ik hyperventilerend naar beneden liep, dacht ik aan mijn vader. Waarom die droom? Was het een teken vanuit het hiernamaals? Ik kon mijn vader eigenlijk nooit om raad vragen, want hij was geen prater, maar in deze droom hielp hij mij wel weer naar binnen. En op de één of andere manier bezorgt mij dat een fijn gevoel van troost en hoop.

maandag 15 april 2019

Rufus

Sinds Carice van Houten in 2012 in DWDD bekende als een blok te vallen voor de Canadese singer-songwriter Rufus Wainwright (die hartstikke gay is, maar dit terzijde) en hij terplekke aanwezig was om een optreden te geven, wilde ik hem graag eens live zien. Dat kan ik van mijn lijstje afvinken. Gister zag ik hem in de Oosterpoort in Groningen, waar ik vanaf de tweede rij werd weggeblazen door zijn stem en zijn muziek. Waar ik had verwacht een ingetogen man in een zwart pak te treffen die van achter zijn piano verdrietige liedjes ten gehore bracht, zag ik een man in extravagante kostuums (waaronder één van Victor en Rolf, vertelde hij) die mij bij sommige nummers het gevoel gaf in een rockconcert te zijn beland. Hij was ook grappig. Toen hij zijn jasje uittrok, waaronder hij alleen een heel kort glitter-giletje bleek te dragen dat leidde tot gefluit, zei hij droogjes terwijl hij zijn kleren gladstreek: 'Yeah... I know... I have an amazing body.'

Maar het was vooral zijn stem die mij die avond veranderde in een fangirl. Zijn stem én zijn aimabele persoonlijkheid (voor zover je dat natuurlijk kunt beoordelen). In de pauze kocht ik twee dubbelelpees. Hoewel hij had aangekondigd na de show te gaan signeren, heb ik daar niet op gewacht. In mijn eentje (ik was alleen) met knikkende knieën oog in oog staan met Rufus Wainwright. Ik denk niet dat ik dat aankan.

P.S. Jaarlijks in mijn Top2000-lijstje: Going to a town.

dinsdag 5 februari 2019

Morgen, écht!


Ik overschat mijn toekomstige zelf voortdurend. In gedachten zie ik mijn 'ik van morgen' alle dingen uitvoeren die ik vandaag laaiend enthousiast bedenk. Van die dingen waarvan ik weet dat ze goed voor me zijn en waarvan ik vastbesloten ben om er morgen mee aan de slag gaan. Maar als het eenmaal morgen is, is mijn toekomstige zelf verdwenen. Dan sta ik daar gewoon zelf weer met al mijn goede bedoelingen en mijn nul procent zin.

Omdat mijn lijf stram is en overal pijn doet (want zittend beroep, a-sportief en 40+) besloot ik om te gaan zwemmen. Ik haat zwemmen. Maar ik heb van veel mensen gehoord hoe goed het is voor lijf en leden. In gedachten zag ik mijn plan fantastisch uitpakken. Zag ik mezelf twee keer per week met frisse moed naar het zwembad fietsen. Zag ik mezelf baantjes trekken. En zag ik mezelf aan anderen vertellen hoe supergoed ik me voelde. Aan visualisatietalent geen gebrek.

Op de grote dag stond ik op zonder het geplande enthousiasme. Ik stelde mezelf voor in een badpak (daar ging het al mis) temidden van tientallen glurende bejaarden met badmutsen op. En dat alles in ijskoud water. Ik had geen euro bij me voor het kluisje. En ik zag mezelf na afloop afdrogen met een supernatte handdoek omdat ie op de grond gevallen was. Nee dank u.

Om toch iets aan lichaamsbeweging te doen, ging ik die dag overal wandelend naartoe. Ik wandelde de benen uit m'n reet, wat de pijn alleen maar verergerde. Volgende week, nam ik mezelf voor, dán zou ik gaan zwemmen! Als in een visioen zag ik mijn toekomstige zelf me bemoedigend toe lachen. Maar toen het een week later was, was zij ook een week verder in de tijd. Je raadt het al. Niet één baantje werd er getrokken.

Maar vanavond gaat het dan toch écht gebeuren. Mijn man gaat mee, wat een fijne stok achter de deur is. Samen gaan we een half uurtje zwemmen.
Heus waar.
Ik zweer je.

zaterdag 12 januari 2019

Laat mij maar even


Zaterdag. Ik zwaai man en dochter uit op het station. Ze hebben er zin in: hun jaarlijkse vader-dochter-uitje naar de Vakantiebeurs in Utrecht. Zoon is uit logeren. En hoewel ik onnoemelijk veel van mijn gezin houd, rijd ik met een gelukzalige glimlach op mijn gezicht naar huis. Een hele dag voor mezelf. Een hele dag niemand om mij heen. Geen ruziënde kinderen, geen opgefokt gedoe. Niemand die mijn hulp wil, niemand die mij in de weg loopt, niemand die mij stoort. Alleen zijn: fantastisch. Ik laad mijzelf ermee op.

Vroeger dacht ik wel eens dat mijn behoefte aan afzondering niet 'normaal' was. Wist ik veel dat je nu eenmaal extraverten en introverten hebt. Sinds Carl Jung deze theorie uitwerkte, is er veel over geschreven. Laatst las ik 'Ik moet nog even kijken of ik kan' van Liesbeth Smit, die haarfijn uitlegt wat het inhoudt om introvert te zijn. Om kort te gaan: een extravert is gericht op de buitenwereld en krijgt energie van gezelschap; een introvert is gericht op zijn binnenwereld en verliest juist energie van gezelschap.

Appeltje eitje: ik  ben een introvert. Maar oh wee, wij introverten zijn in de minderheid. Exacte cijfers ontbreken, maar in onze maatschappij lijken extraverten de norm te bepalen. Ik ben me ervan bewust dat dit nogal slachtofferig klinkt, maar voor ons introverten valt dat om den dooie donder niet mee. De maatschappij verwacht dat iedereen maar spontaan en outgoing is, maar wij introverten hebben bedenktijd en alleen-tijd nodig. Leg dat maar eens uit in een sollicitatiegesprek of tijdens de kerstborrel met je collega's. 

Weten dat je niet alleen staat in het alleen-willen-zijn, is prettig. Onlangs beluisterde ik het album 'Tussen licht en lucht' van Typhoon. Bij het nummer Wind waait hoorde ik een heleboel herkenning.

Ik ben iemand die geniet als die afgezonderd is.
En ik sta open, maar door mensen buiten gaat het over,
En probeer ik terug te kruipen naar mijn schuilplaats, totdat het wel gaat.


Wat ik zoal doe vandaag? Niet echt iets bijzonders. Ik vervang alle vuilniszakken, ik draai wat wasjes, ik kijk de laatste aflevering van de Netflix-serie Wanderlust en de eerste van opruimgoeroe Marie Kondo, ik bak drie eieren voor de lunch, ik luister naar Spijkers met Koppen terwijl ik Just breathe van Pearl Jam probeer te handletteren en voor de nodige portie beweging loop ik naar de supermarkt die het verst weg ligt. 

's Avonds pik ik man en dochter weer op bij het station. Meteen krijg ik verhalen over me uitgestort. Ze hebben allebei gedoken en dochter heeft gezeild. En ze zijn voor de tweede keer naar de film Bohemian Rhapsody geweest. Het is fijn dat ze er weer zijn, maar stiekem denk ik: voor nog een dag alleen zou ik absoluut hebben getekend. Ik zeg het maar niet hardop. 

dinsdag 1 januari 2019

Bloggen


`Volgens mij is bloggen een beetje 2015´, appte een vriendin als antwoord op mijn vraag of zij eigenlijk nog iets deed op bloggebied. Zelf wil ik het bloggen namelijk weer gaan oppakken. Wekelijks, is het doel. Ik ben gemotiveerd en heb er zin in. Klaarblijkelijk als één van de laatsten der Mohikanen. Vloggen is hét ding vandaag de dag.

Mijn eerste blog schreef ik toen Jesse net geboren was. In 2003. Net als iedere andere moeder vond ik alles aan mijn baby méér dan fantastisch. Elke dag deed mijn baby wel iets opzienbarends wat de hele wereld moest weten. Maar ik deed meer spannende dingen, zoals tv kijken. Zo herinner ik me uit dat eerste jaar een blog over Oprah Winfrey en paaldansende moeders. Het waren enerverende tijden.

Die eerste blog is al lang niet meer. Ik had hem ondergebracht bij weblogs.bnn.nl, maar BNN trok na een paar jaar de stekker eruit. Dankzij die BNN-weblogs heb ik mensen leren kennen die nog steeds een rol spelen in mijn leven. Het gros van hen blogt niet meer, trouwens. Logisch. De vrouw door wie ik ben begonnen met bloggen nog wel: Mrs. Bleeker, beste vriendin sinds 1991. Zij houdt stug vol (en niet zonder succes).

Dat bloggen passé is, kan me geen drol schelen. Ik voel schrijfdrang. En het schrijven wil ook redelijk lukken de laatste tijd. Mijn enige probleem is dat ik al gauw te persoonlijk word. Gister bijvoorbeeld twee uur lang gewerkt aan een blog die uiteindelijk helemaal klopte, maar waarbij ik toch niet op de knop 'publiceren' durfde te drukken. Tot slot verdween hij in de digitale prullenbak. 'Twee uur van mijn leven verspild', appte ik Mrs. Bleeker. 'Nee hoor', antwoordde ze. 'Je hebt gereflecteerd op het verleden. Hoe dingen zijn gegaan en hoe je daarvan geleerd hebt. Dat is geen verspilde tijd.' 

En dan nu een stukje verwachtingsmanagement. Waar ik misschien wel over ga schrijven: vriendschappen, concerten, familie, het leven an sich, pubers, herinneringen, katten, observaties (ga je eenmaal mensen kijken (en/of afluisteren), dan kun je al gauw een boek vol schrijven) en verder zie ik wel wat er gaat ontstaan. Persoonlijk: ja. Te persoonlijk: dat dan weer niet. Paaldansende vrouwen: ook niet. Baby's: pas weer als ik oma word.

vrijdag 28 december 2018

December '18. Een ode.


Wat was je avontuurlijk. Jij stak met kop en schouders boven de overige elf maanden uit. Alleen al doordat ik mocht meewerken aan een radioprogramma. Wat een belevenis. Ook al sliep ik vóór en na 5 december historisch slecht, het gaf me energie en zelfvertrouwen.

Wat was je zinvol. Via mijn werk volgde ik de training Mentale Kracht. Ontworpen voor de Nederlandse diender, die zich onder een steeds hogere werkdruk en met steeds meer agressie op straat staande moet zien te houden. Die vlieger gaat voor ons niet op. Vooraf was ik dan ook sceptisch. Ik verwachtte hoogdravende kletspraat die ik op de weg naar huis alweer zou vergeten. Maar nee. We kregen juist praktisch toepasbare informatie. Onder meer over slapen, voeding, stress en ademhaling. En ik leerde dat ik prima voor een groep iets kan vertellen. Bam. Weer een paar centimeter gegroeid.

Vaderdag

Op Vaderdag hoefde ik niet met een ontbijtje of een cadeau bij mijn vader aan te kloppen. Vaderdag was volgens hem een verzinsel van Hitler....